Op de kenniswebsite delen en verrijken we de opgedane kennis rondom de bouw van de Noord/Zuidlijn. Zo bereiken we de metrobouwers, projectmanagers en communicatiedeskundigen van de toekomst en zullen de lessen van de Noord/Zuidlijn daadwerkelijk beklijven en handvatten bieden aan medewerkers van andere grote infrastructurele werken nu en in de toekomst.
6 november 2017

Busstation Noord: goed afgrond, binnen budget en tijd

Amsterdam Noord, 16 oktober 2016.
Noord/Zuidlijn, Station Noord. 


The City of Amsterdam is building a new subway (underground) line.
The tunnel is partly constructed underneath the old part of the city.
The completion of the metro line is scheduled for 2017.

Foto: Ge Dubbelman/Hollandse Hoogte

De evaluatie van de aanbesteding en contractering van busstation Noord bevestigt wat betrokkenen als wisten: het project werd onder flinke tijdsdruk, goed afgerond. Oud-projectleiders Daan Seesing (Metro en Tram) en Huibert van der Ven (aannemer) vertellen.

Er zit geen ‘B’ van bus in MET (Metro en Tram, onderdeel van de gemeente Amsterdam), dus zo op het eerste gezicht lijkt het niet logisch dat dit project onder de MET-waaier valt. Daan Seesing, oud-projectleider namens MET: ‘De aanloop van de bouw van het busstation was lang, te lang. Er bleef gepuzzeld worden aan het ontwerp, wat de kosten in de ontwerpfase flink omhoog stuwde. Voor de Noord/Zuidlijn is Noord een belangrijke schakel, de verwachting is dat hier zullen straks dagelijks tienduizenden reizigers de metro nemen. Er kwam dus tijdsdruk op het project, wat de belangrijkste reden is dat MET het project naar zich toe getrokken heeft.’

Positieve uitkomst evaluatie

Er is gekozen om het project in drie contracten op te knippen: de busplatformen en het P+R-terrein waar mensen hun auto kwijt kunnen, een voorbelastingsbestek voor de platforms en het busstationsgebouw zelf, inclusief fietsenstalling met plaats voor 1300 fietsen. Was het de juiste strategische keuze om het project op te knippen in deelprojecten? Seesing: ‘Dat was aanvankelijk een van de vragen die aanleiding vormde voor een evaluatie. Uiteindelijk is die vraag niet beantwoord, mede vanwege alle persoonswisselingen die hierboven staan, en heeft de evaluatie zich gericht op het busplatform en P+R terrein. De evaluatie, zegt hij meteen aan het begin van het gesprek, is positief. ‘We zijn zelfs iets onder het budget gebleven en hebben slechts een maand vertraging opgelopen door diverse wijzigingen. Dat valt allemaal reuze mee dus. En dat terwijl we wat tegenslagen gehad hebben, en desondanks de samenwerking met aannemer Van der Ven, binnen het D&C contract, goed hebben weten te houden.’
‘Fenomenaal’, noemt Huib van der Ven, Seesing’s counterpart bij de aannemer Van der Ven, de samenwerking zelfs. ‘We zijn van tevoren tegen elkaar: zullen we ons best doen van dit project een voorbeeld te maken voor de rest van het land? En dat is gelukt, meer dan zelfs. Ging er dan niks mis? Natuurlijk wel, maar dat waren details. Over de hele linie genomen, is het geweldig gegaan, zowel in de samenwerking, als de uitvoer.’

daan2

Daan Seesing

Investeer in de relatie

Vanuit een ander project, Stationsrenovatie Oostlijn, was geleerd dat het loont om voor aanvang van het werk aandacht te hebben voor de ‘softe’ kant van het project, met andere woorden; voor hoe mensen onderling met elkaar omgaan. Een project startup, waarin niet de inhoud maar het proces en de relatie centraal stond, helpt daarbij. Seesing: ‘Praten over samenwerking, over hoe je met elkaar communiceert – dat waren de zaken die centraal stonden. We hebben een sessie gehad met een mediator, en daarna zijn de counterpart bij opdrachtgever en – nemer met elkaar doorgegaan. In totaal zijn we vijf keer bij elkaar gekomen in de Krijtmolen in Amsterdam Noord – vandaar dat we het de ‘Krijtmolensessies’ zijn gaan noemen.’ Van der Ven: ‘Voor ons ook een fijne manier van werken. Je leert elkaar kennen, bouwt vertrouwen op. Later bleek dat zich terug te betalen. Doordat we elkaar elke twee weken blijven zien, was het tussentijds mogelijk elkaar over en weer bij te sturen of corrigeren. Dat ging ook echt twee kanten op. Een totaal ander uitgangspunt dan als je tegen een opdrachtgever zegt: jullie zien het ontwerp over een paar maanden wel verschijnen. Die heeft dan in de tussentijd geen zicht op wat er gebeurt, en moet maar afwachten wat er op tafel komt. Nu zijn we daarin echt samen opgetrokken.’
Het succes van een dergelijke persoonlijke aanpak, valt of staat voor een niet onbelangrijk deel bij de mensen; investeren in relaties heeft weinig nut als er een grote doorstroom van mensen is. ‘In de voorbereidingsfase was het een komen en gaan van mensen, elke keer een nieuwe projectleider, die de geschiedenis en de gevoeligheden niet kent, dat werkt niet. Gelukkig is de club sinds de uitvoering begonnen is, vrij stabiel. Dan weet je beter wat je aan de ander hebt. Ook aan de zijde van de opdrachtnemer was het team constant.’

DSC00779-1

Huibert van der Ven

Schuiven binnen het D&C contract

Het gezegde luidt: “Vertrouwen komt te voet en gaat te paard”. Dat ging hier ook op: de samenwerking met de aannemer was nog niet goed en wel op gang, of kreeg als de eerste knauw te verwerken. Seesing: ‘We kwamen er te laat achter dat er verkeerd, te zwak, staal in de damwanden verwerkt was. De aannemer gaf de fout snel toe, en door verstevigingen aan te brengen bleven we toch netjes binnen de veiligheidsnormen. Maar een lekker begin was het niet natuurlijk. Kunnen we nog wel van ze op aan? Die vraag speelde toen wel even ja.’
Van der Ven: ‘ We kwamen er vrij snel achter dat de uitgangspunten niet juist waren, maar toen kwam de discussie over wat dit voor consequentie voor de prijs had. Wij moesten rekentechnisch aantonen wat het financiële gevolg van de door ons voorgestelde wijzigingen en uitgangspunten waren. Die rekensom kwam vaak bij ons terug, te vaak vinden wij achteraf. Maar goed; toen de oplossing er eenmaal was, zijn wij direct tot uitvoer overgegaan, en was de vertraging minimaal.’
Was een D&C contract, waarbinnen veel verantwoordelijkheid bij de opdrachtnemer ligt, wel de juiste keuze in dit geval? Seesing: ‘Van de Ven is een relatief kleine aannemer, dit was voor hen een van de grootste klussen die ze ooit deden. Dat heeft voordelen – ze namen met bloedserieus en het was niet iets wat ze er even ‘bij’ deden – maar het nadeel is dat ze op sommige vlakken wat ervaring misten. Bijvoorbeeld met het aanvragen van vergunningen liepen ze soms vast; de Amsterdamse situatie, met eigen procedures, is ingewikkeld. Wij hadden wel kunnen zeggen: “Het is je contractueel verplichting dat zelf uit te zoeken”, maar dan hadden we ook onszelf in de vingers gesneden. We kozen er bewust voor, met behoud van ieders verantwoordelijkheden, in de ring te stappen en te assisteren bij dit stuk in het proces. Onze vergunningenspecialist heeft ze wegwijs gemaakt: zo doen wij het hier, dit is wat er van jullie verwacht wordt. Dat heeft in mijn ogen goed uitgepakt, de aannemer stond ook open voor onze aanwijzingen. Dat is wel een voorwaarde om zo samen te kunnen optrekken.’

DSC00375-1

Geven en nemen

Seesing: ‘Dat wij ons daarin flexibel; opgesteld hebben, heeft ons credits opgeleverd die later weer van pas kwamen. Op die momenten dat zij een stapje extra moesten doen, hebben ze niet moeilijk gedaan. Zo kwamen we zwaar vervuilde grond tegen op het P+R terrein. De tijdsplanning kwam onder grote druk te staan, maar omdat de relatie goed was, konden we snel klappen geven op bepaalde besluiten. Zij hebben proactief meegedacht met het zoeken naar oplossingen, waardoor ze binnen een dag schone grond geregeld hadden voor de voorbelasting en we weer op schema waren. Ze hadden met goed recht kunnen zeggen: “Dat is jullie risico, verzin maar een oplossing en tot die tijd loopt onze teller.”
Het is allemaal machtig mooi, dat wederzijdse vertrouwen en bereidheid met elkaar mee te denken, maar en het is tegelijkertijd ook een risico: het is wel zaak de verhouding zakelijk te houden en niet teveel te leunen op interpersoonlijke verhoudingen. Seesing: ‘Dat is altijd een spanningsveld. Je wilt niet alles vooraf in detail uitwerken, moet erop kunnen vertrouwen dat iemand zijn toezeggingen waarmaakt. Maar als het toch fout gaat, dan wil je er ook geen gezeur over en moet je kunnen terugvallen op een contract. Op kleine punten hebben we daar wel discussies over gehad. We gaven omwille van de snelheid goedkeuring aan een paar aanpassingen in het ontwerp. Maar krijgen wij de rekening daarvoor, of doen zij dat op eigen kosten? Dat moet wel duidelijk zijn. Hoe kort de lijntjes ook zijn, er is altijd het gevaar dat de een iets anders begrijpt dan jij. Om interpretatieverschillen te voorkomen, moet dat wel formeel besproken zijn.’
‘Als je te veel meedenkt met de aannemer, bestaat ook het risico dat je teveel uit handen neemt. We moesten onszelf af en toe dwingen te zeggen: dit is jullie probleem, los het maar op. Door te snel met oplossingen te komen, hebben we soms te weinig een beroep gedaan op hun eigen creativiteit. Dat was een valkuil waar we iets te vaak ingestapt zijn.’

Externe expertise invliegen

Volgens de strikte beschrijving van een D&C contract, is het de aannemer die moet aantonen dat een ontwerp aan alle eisen van de opdrachtgever voldoet. Toch is er in dit geval voor gekozen op kritische onderdelen van het ontwerp extra expertise in te vliegen. Seesing: ‘De glazen kap van het busplatform, dat moest gewoon goed. Omdat het qua techniek en functionaliteit zo’n complexe opgave was, hebben we er voor gekozen mensen van buitenaf het ontwerp van de aannemer te laten bekijken. De ‘zuivere’ D&C-aanhanger zal zeggen: je hoeft als opdrachtgever geen technische kennis te hebben, want het is aan de opdrachtgever om verstand van zaken te hebben. Daarmee creëer je echter wel een machtsverschil aan tafel, omdat je als opdrachtgever geen bal van snapt van wat er besproken wordt. Bovendien: je hebt er niet zo veel aan om gelijk te hebben, als er achteraf toch iets niet klopt. Wij zitten immers met de boze reizigers, met ontevreden bestuurders.’
Het werkte in dit geval goed dat er ook inhoudelijke experts van ons aan tafel zaten bij het gesprek met de aannemer. Daardoor kwamen we snel tot de kern en zijn er ook nog wijzigingen aangebracht in het ontwerp. Onze expert vond de grootte van betonplaten die op het dek zouden komen, te groot. Hoe groter de plaat, hoe groter de kans op scheuren. Dat hebben we laten aanpassen naar iets kleinere platen. Dat heeft iets duurder uitgepakt voor de aannemer, maar wij wilden dat risico niet lopen en wisten de aannemer te overtuigen van dit risico. Was het anders fout afgelopen? Dat weten we natuurlijk niet. Wat we wel weten is dat het nu goed gegaan is.’ Van der Ven: ‘Ik herinner me dat Daan aan het begin van de rit zei: ‘We moeten straks met elkaar op een feestje kunnen staan. Nou, dat kunnen we zeker. We staan er straks, bij de feestelijke opening van de Noord/Zuidlijn.’

 

Reacties

Geef een reactie

250 keer bekeken

Gerelateerde artikelen

Projectbeheersing Noord/ZuidlijnWhat London taught usLeren van LondenKnuffelbeer blijft in de bouwputAanbesteden & contracteren #3: Hoe kom je tot de juiste vraag?De sport van het plannen