Op de kenniswebsite delen en verrijken we de opgedane kennis rondom de bouw van de Noord/Zuidlijn. Zo bereiken we de metrobouwers, projectmanagers en communicatiedeskundigen van de toekomst en zullen de lessen van de Noord/Zuidlijn daadwerkelijk beklijven en handvatten bieden aan medewerkers van andere grote infrastructurele werken nu en in de toekomst.
6 oktober 2016

Hoe benutten we rem-energie?

De reiziger. Waar het uiteindelijk allemaal om draait. Foto: Wiebke Wilting.

Voor Metro en Tram is Rik Verdenius continu op zoek naar manieren om duurzamer te bouwen, rijden en onderhouden. Om bij te dragen aan de opgave van Amsterdam en omdat hij zich zelf graag inzet voor een beter leefklimaat in Amsterdam. Zo wist hij het, samen met zijn team, al voor elkaar te krijgen dat er op 19 bovengrondse metrostations zonnepanelen worden geplaatst. Maar er is meer: op dit moment onderzoekt hij de mogelijkheden van rem-energie recuperatie bij de metro. Rik legt uit wat dit inhoudt.

tekst: Margreet Bosma

Metro- en tramvoertuigen worden aangedreven door elektromotoren die gevoed worden met tractiestroom via de derde rail of bovenleiding. Rem-energie recuperatie bestaat hieruit, dat je de energie die vrijkomt bij het remmen van een metro of tram opnieuw nuttig gebruikt. Het trammaterieel (Combino) en het nieuwe metromaterieel M5 is volledig geschikt voor teruglevering van remenergie. Het tractiesysteem zelf, dat de voertuigen van tractiestroom voorziet (bovenleiding en derde rail) is daarentegen maar gedeeltelijk geschikt.

foto: Nina Alberda

foto: Nina Alberda

Niet iets nieuws

Het benutten van vrijkomende rem-energie is niet iets nieuws. Rik: “In het tramsysteem benutten we nu al zo’n 40% van de opgenomen energie, in de metro is dat 20%. De tractiestroom is verreweg de grootste energiestroom binnen het metrosysteem. Jaarlijks gaat het om 69 miljoen kilowattuur, dat is de stroomproduktie van 20 flinke windmolens. Een kleine procentuele verbetering van de rem-energie recuperatie levert dus in absolute zin al heel veel kilowatturen op. Daarom richten we ons allereerst op verbetering van de recuperatie van de metro.”

Hoe werkt het

Rik legt in het kort uit hoe het terugleveren van de remenergie werkt. “De elektromotor die zorgt voor de aandrijving van de metro fungeert op het moment dat de metro afremt als dynamo die stroom produceert. Deze stroom wordt teruggeleverd aan de derde rail. We kunnen deze energie dan voor een deel terugvoeden naar een voertuig dat in de buurt is en bezig is met optrekken. Waar dat niet mogelijk is omdat er geen voertuig in de buurt is zijn er verschillende mogelijkheden om toch iets nuttigs te doen met deze remenergie.”
De eerste mogelijkheid is om de teruggeleverde stroom op te slaan in supercondensatoren (accu’s) op het station, om het daarna te gebruiken voor het optrekken en rijden van de metro of voor de aandrijving van de stationssystemen (roltrappen, liften, verlichting, OVCP poortjes en dergelijke). Rik: “Zie het als een batterij die je oplaadt door te remmen, waarna je de batterij weer gebruikt om andere systemen te voeden. Opslaan in een accu in het voertuig zou ook kunnen, maar dat wordt nauwelijks toegepast. Zo’n accu is behoorlijk zwaar en de baan is niet berekend op die hogere aslasten. Bovendien gebruikt een zwaardere metro juist weer meer energie.” Een variant hierop is dat de terug geleverde stroom op het station gebruikt wordt voor het opladen van elektrische auto’s of – bussen.

1976-muiderbrug_016_5nov2013_e_v_eis-1-600x400

Het benutten van remenergie is niet iets nieuws. In het tramsysteem benutten we nu al zo’n 40% van de opgenomen energie, in de metro is dat 20%. Foto: Edwin van Eis

Doorgeven

Nog een andere mogelijkheid is de herverdeling van de teruggeleverde stroom via het 10 kV net, het interne distributienet waarmee de hoogspanning wordt verdeeld over de transformatorstations. “De recuperatiestroom wordt dan naar een transformatorstation gestuurd waar op dat moment een metro aan het optrekken is. Dit 10 kV net is in het metrosysteem op de Oostlijn aanwezig en op de Ringlijn gedeeltelijk. Dit zou kunnen worden uitgebouwd.”
De laatste mogelijkheid is het terug leveren van stroom aan het openbare net, waarna die gebruikt kan worden door andere energievragers in de omgeving van het metrosysteem. Het is de vraag of de netbeheerder daar blij mee is omdat het voortdurend – elke keer als er ergens een metro afremt voor een station – spanningspieken in het net creëert. Dat moet nog worden uitgezocht.

Kiezen

Nu we in kaart hebben gebracht welke methodes er zijn, gaan we samen met de Stadsregio Amsterdam (SRA) en GVB uitzoeken welke methode het best past in de Amsterdamse situatie. Dit wil Rik in overleg met SRA en GVB laten onderzoeken door een extern bureau. “Want”, zo gaat Rik verder, “dit is een te ingewikkelde materie om vanuit onze eigen deskundigheid direct een pasklaar antwoord op te hebben. Als het simpel was, hadden we het zelf al gedaan.“

Lees ook: Duurzaamheid bij Metro en Tram: Programma Optimaal Benutten.

Reacties

Geef een reactie

34 keer bekeken

Gerelateerde artikelen

De bouw van zinktunnelsWaarom juist nu een congres over boortechniek?Congres Tunnelboren Noord/ZuidlijnNoord/Zuidlijn genomineerd voor de SchreudersprijsBoortunnel Noord/Zuidlijn wint Schreudersprijs 2013Strukton wint International Tunnelling Award voor Noord/Zuidlijn