Op de kenniswebsite delen en verrijken we de opgedane kennis rondom de bouw van de Noord/Zuidlijn. Zo bereiken we de metrobouwers, projectmanagers en communicatiedeskundigen van de toekomst en zullen de lessen van de Noord/Zuidlijn daadwerkelijk beklijven en handvatten bieden aan medewerkers van andere grote infrastructurele werken nu en in de toekomst.
24 maart 2014

Nieuwe meetmethode Amsterdams tram- en metronetwerk

nzl nieuwe roltrappen - GD

Met assetmanagement sturen op output en economische waarde van eigendommen

De investeringen in metro- en tramnetwerken moeten steeds kostenefficiënter en effectiever. Dit vereist inzicht in de actuele conditie van het eigendom, de restlevensduur en de bijbehorende economische waarde. De Dienst Metro is recent een meerjarige meetmethode gestart om alle benodigde data te verzamelen van de meer dan 30.000 objecten van de railinfrastructuur (assets) van de gemeente Amsterdam. Advies- en ingenieursbureau Movares levert daarbij op meerdere gebieden de ondersteuning.

“Een gigantische exercitie” volgens Erik Bijlsma, senior assetmanager bij de Dienst Metro. Aanleiding hiervoor vormt de koerswijziging om niet langer contractueel te sturen op input, maar het dagelijks onderhoud grotendeels outputgestuurd te contracteren op basis van een set functionele, technische en economische eisen. Dit vanaf het moment waarop de Stadsregio via inbesteding de nieuwe concessie voor het tram- en metrovervoer in Amsterdam verleent aan GVB.

Goed onderbouwde meerjarige vervangingsplanning
Bijlsma: “De budgetten worden elk jaar krapper. Enerzijds willen we GVB ruimte geven om eigen processen te optimaliseren, anderzijds willen we dat onze belangen maximaal worden behartigd. Om op deze wijze samen te werken is inzicht nodig in de kwantitatieve, kwalitatieve als economische status van het railinfrastructuur areaal van Amsterdam. Om een dreigende discrepantie te voorkomen is het idee voor de nieuwe meetmethode ontstaan. Op basis van de resultaten kunnen we een goed onderbouwde meerjarige vervangingsplanning afgeven aan onze financier, de Stadsregio Amsterdam. Als eigenaar zijn wij er niet alleen verantwoordelijk voor dat de railinfrastructuur en bijbehorende systemen functioneel ter beschikking staan van de exploitant en dat alle vervoersbewegingen veilig verlopen, maar wij nemen ook onze verantwoordelijkheid ten opzichte van de investeerder. Die moet immers een zorgvuldige afweging kunnen maken op basis van kosteneffectiviteit van onderhoud en vervanging gerelateerd aan de integrale kosten van het totale railvervoersysteem van Amsterdam.”

Kennis delen op alle niveaus
Jonas Kramer, projectmanager bij Movares: “De Dienst Metro wil op alle niveaus kunnen rapporteren en communiceren: met engineers, contractnemer GVB, het management, de directie, bestuur en politiek. Het voordeel van onze aanpak is dat we multidisciplinair werken; naast inhoudelijke kennis betrekken we ook kennis van processen en economische aspecten bij de uitwerking. Om die reden zijn wij gevraagd de meetmethodiek te ontwikkelen en inhoudelijk de aanbesteding van de uitvoering van de meetmethode te begeleiden. Het is daarbij belangrijk goed overzicht te houden over de cruciale stakeholders en daar duidelijk mee te communiceren. Een hele uitdaging, gezien de complexiteit van het onderwerp en speelveld en de krappe planning.”

6-stappenplan
Movares heeft in 2013 per object een meetmethodiek ontwikkeld gebaseerd op de NEN2767-4* en specificaties en meetprotocollen opgesteld voor alle typen objecten die de Dienst Metro in beheer heeft. De ontwikkeling van de methodiek van de meetmethode is gebaseerd op door Dienst Metro ontwikkelde ´6-stappenplan’. Hierbij is de bestaande systematiek van de outputspecificaties (OPS) als vertrekpunt genomen om te komen tot een meetmethodiek op basis waarvan managementsturingsinformatie kan worden gegenereerd.

Het 6-stappenplan ziet er op hoofdlijnen als volgt uit:
1. Opstellen van outputspecificaties (OPS)
Voor alle onderscheiden objectsoorten binnen het metro- en tram-infrastructuurnetwerk zijn outputspecificaties opgesteld. De OPS beschrijft de minimale kwaliteitseisen waaraan de infrastructuur moet voldoen, gericht op de functionaliteit, comfortniveau, veiligheid en de borging van de levensduur.

2. Vaststellen van de degradatie per objectsoort
Voor elke objectsoort is inzichtelijk gemaakt welke de standaard te verwachten degradatie (‘afschrijving’) zal zijn gedurende de levensduur van het object. De degradatie is uitgewerkt door middel van degradatiegrootheden, die de mate waarin aan een kwaliteitseis wordt voldaan beschrijven. Dit is vastgelegd door middel van degradatiecurves.

3. Degradatie meetbaar maken
Door middel van het vaststellen van een meetmethodiek voor alle onderscheiden degradatiegrootheden per objectsoort en het vaststellen van de bijbehorende resultaten (outputdata) is de degradatie meetbaar gemaakt in termen van slijtage, vervuiling, outputvermindering (data of geluidsignaal) en invloeden van omgevingsfactoren als corrosie of vergelijkbare degradatierisico’s.

4. Vertalen van meetdata per objectsoort naar informatie per objectsoort
De meetdata van de degradatiegrootheden zijn vertaald naar conditiescores per objectsoort. De conditiescores per objectsoort bepalen voorts de resterende levensduurverwachting van elk object op zowel functioneel als technisch vlak. Dit gebeurt aan de hand van de degradatiecurves. De economische waarde is gekoppeld aan, en wordt afgeleid van, de levensduurprognoses.

5. Analyse van geconstateerde afwijkingen en voorzien van verbetervoorstellen Een analyse van geconstateerde afwijkingen wordt uitgevoerd indien de gemeten waarde van de conditie van een object afwijkt van de verwachte waarde. De analyse bestaat uit een beschrijving van het risico van de afwijking van de verwachte waarde. Tevens wordt inzicht gegeven in het verbetervoorstel dat ertoe leidt dat de conditie in overeenstemming met de verwachte waarde wordt teruggebracht. De grote afwijkingen en verbetervoorstellen maken onderdeel uit van de eindrapportage.

6. Opstellen van een eindrapportage
De eindrapportage bevat managementinformatie die voorzien is van een gelaagdheid waardoor de rapportage op diverse behandelniveaus bruikbaar is. De operationele beheerder en engineers kunnen de resultaten op objecttype- en objectsoort niveau analyseren, de strategische beheerder en eigenaar kunnen de managementinformatie op objectsoort, subsysteem en systeem niveau analyseren. De directie ten slotte kan de managementinformatie op netwerk niveau behandelen en ter besluitvorming voorleggen aan bestuur en politiek.

Jaarlijkse managementrapportage
In september 2013 is de aanbesteding afgerond en is Arcadis als winnaar aan de slag gegaan met de metingen, die eind november 2013 zijn afgerond. Daarna is de gegevensverwerking gestart en heeft de aannemer stapsgewijs de data geleverd. Begin februari heeft Movares de eerste managementrapporten gereed. Movares analyseert alle data die de metingen opleveren. De resultaten zijn input voor de jaarlijkse managementrapportage die overzicht geeft van de actuele status quo van het volledige eigendom.

Dienst Metro en Movares trekken samen op
De komende vijf jaar trekken Dienst Metro en Movares samen op om de specificaties bij te werken op basis van de meest recente inzichten en jaarlijks te toetsen of de methodiek nog steeds volstaat. Het resultaat is dat over vijf jaar een methodiek staat op basis waarvan een betrouwbare uitspraak gedaan kan worden over het netwerk en de duizenden daarin voorkomende assets voor de lange termijn.

Ook nuttig voor andere diensten
Het bijzondere van de opzet van de meetcampagne is dat de methodiek onafhankelijk is van het type assets waar het betrekking op heeft. Het kan zo bij andere diensten binnen de gemeente (en daarbuiten natuurlijk) worden geïmplementeerd en toegepast worden op andersoortige objecten. De methodiek is uniform van opzet, ongeacht het type of soort object en daardoor herkenbaar en onderling vergelijkbaar met andere monitoringscampagnes van assets. De uitkomst van de resultaten is onafhankelijk van de partij die de gegevens inwint. Het belangrijkste doel is immers dat de methodiek transparante resultaten oplevert. De scores op het (hoogste) netwerkniveau kunnen worden afgepeld tot de scores op het (laagste) objectniveau. Hierdoor kunnen beslissers gedegen afwegingen maken, die goed uitvoerbaar zijn in de praktijk van eigendom en beheer, onderhoud en vervanging van de assets.

Bekijk ook onze folder over assetmanagement.

______________________________
*NEN 2767-4 Conditiemeting van Infrastructuur: De norm NEN 2767-4 is een methodiek om de conditie van infrastructuur op objectieve en eenduidige wijze te bepalen.
•Krachtig hulpmiddel voor het beheer van infrastructuur
•Objectief en praktisch toepasbaar
•Geeft inzicht in actuele onderhoudssituatie
•Geschikt voor plannen, budgetteren en prioriteren van onderhoud
•Hulpmiddel bij conditiesturing, zoals prestatiecontracten

Reacties

Geef een reactie

574 keer bekeken

Gerelateerde artikelen

Van tunnelvisie naar glazen huisHet belang van échte samenwerkingSamenwerken is niet hetzelfde als elkaar niet tegenwerkenHoe manage je een complex boorproces?Innovatief aanbesteden bij de Dienst MetroBouw een metro…in zeven stellingen